Jet Twijnstra

Een geboren voorzitter met liefde voor kinderen

Interview door Judy Lohman

Jet neemt mij mee op haar reis door haar leven. Haar vader was net eventjes thuis toen Jet in juni 1957 werd geboren. Even thuis? Hij voer immers als tweede stuurman op de grote vaart en was soms wel een half jaar weg. De bevalling kwam precies op het juiste moment. De daarop volgende keer, na weer een lange tijd weg te zijn geweest, keek hij naar zijn dochter die hem niet herkende. Eerlijk gezegd herkende hij haar ook niet. Hij had de groeispurt van zijn kind totaal gemist. Als twee vreemden koekeloerden ze naar elkaar. Dat nooit meer dacht hij en nam een drastische beslissing die van grote invloed is geweest op het gezin.

Jets mezennest aan de Zuiderhaven

Jets vader besloot ‘aan wal’ te gaan wonen, hoewel dat niet letterlijk genomen moet worden, want het gezin woonde in de buurt van Sneek op een skûtsje met opbouw. Ook toen was er immers woningnood. Na zijn beslissing voer hij met zijn vrouw en zijn eerste kind, Jet, naar Amsterdam waar hij opging voor de rang eerste stuurman en zocht vervolgens een baan. Dat werd loods in Harlingen. Het gezin voer naar dit mooie stêdsje en na eerst op het schip aan de Zuidoostersingel gewoond te hebben, ging het deze keer echt aan wal. Jet was twee jaar toen zij met haar ouders aan de Zuiderhaven nr. 57 ging wonen. Ze kan met een kleine kanttekening dus wel een echte seun genoemd worden.

Het was een groot huis waarin ze kwamen te wonen. Wat een verschil met het mooie, maar veel kleinere skûtsje. Kamers te over die in de loop van de tijd gevuld werden met nog twee zusjes en een broer. Ze woonden tegenover de werf die toen nog volop in bedrijf was, we spreken dan van de jaren zestig. Met zichtbaar plezier vertelt Jet over de bedrijvigheid, de terugkerende geluiden, zoals de sirene die elke werkdag om 7 uur afging om de werknemers te vertellen dat het werk begon, en vervolgens die van 12 uur, de lunchtijd. Of het spechtachtige getik van het ‘roestbikken’ en het spectaculaire geluid – en het even spectaculaire gezicht – als er weer een schip te water werd gelaten.

Boven op zolder kreeg Jet de ruimte om haar ‘mezennest’ neer te zetten. Samen met een groep lagere schoolvriendinnen struinde ze Harlingen af naar zaken die ze konden gebruiken. Zoals de lege houten kratjes bij de groenteboer die ze vervolgens omtoverden tot een winkel of tot decor voor de vele kleedpartijen met moeders kleding. Jet was de voorzitter, uiteraard zou ik bijna zeggen, want op het moment dat ik haar spreek is ze de voorzitter van Zilt, waarover later meer. Trouwens over de grote schare neven en nichtjes nam Jet als oudste ook vaak het voortouw.

De bedrijvigheid kwam niet alleen van buiten, van de werf, maar ook van binnen. Het waren de jaren zestig, de jaren van opbouw en stijgende welvaart, die ervoor zorgden dat de plofplee verdween en er een echte badkamer met zelfs een heus ligbad kwam. Jet had dankzij de nieuwe baan van haar vader opeens twee ouders als vaste bakens in haar leven. Een vader die meeging naar zwemmen, kookte, stofzuigde en zelf zijn knopen aan zijn uniform naaide. Haar moeder was niet van plan zichzelf weg te cijferen of met de pantoffels klaar te staan. Het was een geëmancipeerd gezin waarin Jet opgroeide, een unicum in die tijd.

Wat gebeurde er met het mooie skûtsje? Daar werd geen afstand van gedaan maar vond een vaste plaats bij de ouders van haar vader in Offingawier. Daar gingen ze regelmatig heen met het gezin, ook door de week. Nog steeds trouwens. De plek waar nu een ark ligt is nog steeds actief in gebruik door Jet, haar twee zussen en broer. Als haar vader weer moest aantreden (nb hij was één van de zes loodsen) floot haar oma, haar beppe, op een fluitje en wist hij dat hij rap met de auto naar Harlingen moest rijden, zich even losrukkend uit de warme cocon van het gezin.

De creativiteit uitte zich al snel bij Jet. Ze zat op de lagere school vaak te tekenen. Ze kan zich nog herinneren dat ze in de derde klas een konijntje had getekend en dat met een zekere voldoening bekeek. Soms vergat ze haar sommen te maken. Daar hadden haar vriendinnen wel een oplossing voor. Als Jet nou eens een mooie tekening maakte, dan kreeg zij in ruil daarvoor de antwoorden. Zo rolde Jet als een zondagskind door de lagere school, elke dag een feestje. Het leven aan de Zuiderhaven 57 kende echter een einde.

Elk voorjaar kreeg haar moeder last van een kriebelende verhuislust. Dan speurden zij en haar man de markt af, bekeken huizen, maar kwamen steeds tot de conclusie dat de Zuiderhaven moeilijk te evenaren was. In de zomer verzette haar moeder onder wat gepruttel elk kwartier haar stoel om de zon te vatten. Totdat Jet twaalf werd en naar de middelbare school ging. Dat moment valt samen met het vertrek uit Jets mezennest. Haar ouders hadden een groen lustoordje gevonden, net buiten de stad.

Middelbare school

Ze kwamen op de Koetille terecht; een idyllisch buurtje en tegelijk de naam van de weg langs het Van Harinxmakanaal ten oosten van Harlingen. Het buurtschapje is ontstaan bij een brug (tille is een kleine brug) waarover vroeger koeien heen en weer werden gebracht. Daar hadden ze opeens de beschikking over een flink stuk grond waarop een moestuin kwam en één van haar zussen buiten de ruimte kreeg voor haar veertien cavia’s. Haar broertje kreeg de beschikking over de zolder van de schuur waar hij zijn clubhuis openstelde. Jet vond de verhuizing eigenlijk maar zo zo, want het gezin kwam weer in een intensieve klusperiode terecht doordat er van twee huizen één huis werd gemaakt. Het was wel een plek waar haar moeder haar stoel niet meer hoefde te verplaatsen om in de zon te zitten.

Jet fietste met de buurkinderen de twee kilometer naar de RijksScholenGemeenschap (later het Simon Vestijkcollege). Daar stond ze voor de keuze: Atheneum A met een talenpakket of B met natuur-, schei- en wiskunde. Ze was goed in talen dus het lag voor de hand dat ze A zou kiezen. Toch koos ze voor B. Het typeert haar. Ze koos niet voor de gemakkelijkste weg want ze is nieuwsgierig van aard en vond de vakken boeiend hoewel de cijfers van scheikunde van torenhoog naar diepe dalen meanderden. De leraren waren jong, twintigers, en namen Jet begeesterend mee in hun vakken. Ze kreeg het opeens druk met veel huiswerk, dat ook.

Hoe zat het intussen met de creativiteit? Haar ouders stimuleerden haar geweldig. Er waren thuis altijd voldoende tekenmaterialen beschikbaar en ze gaven haar het advies om ‘s avonds les bij Jan Murk de Vries te nemen. Hij was een bekende veelzijdige kunstenaar: edelsmid, glasschilder, tekenaar, kunstschilder, beeldbouwer en monumentaal kunstenaar. Op ruim 95 jarige leeftijd is hij in 2015 overleden en heeft in Harlingen en daarbuiten zijn handtekening achtergelaten. Onder andere door de vele prachtige publieke monumenten die hij maakte. Jet kreeg van deze bijzondere kunstenaar tekenles, eerst in de LEAO-school aan de Midlumerlaan en later zelfs bij hem thuis in de Noorderhaven.

Zo groeide ze op, van puberaal gedrag was eigenlijk geen sprake. Ook nu gleed ze als een zondagskind door de middelbare school, kennis vergarend en ontwikkelde zich verder.

Van PA naar de Kunstacademie

Waar de jeugd tegenwoordig na de middelbare school vaak een tussenjaar wil inplannen, deed Jet dat anders. Maar ook zij wist eigenlijk niet wat ze wilde. Theologie, de Friese taal, een aantal opties liet ze in gedachten passeren. Ook nu gaven haar ouders haar een zetje in de goede richting, waar ze de rest van haar leven profijt van heeft gehad. Het werd de pedagogische akademie in Sneek, toen nog met een K geschreven. Een algemeen vormende opleiding waarmee je later ook nog eens een echt vak kon uitoefenen. Ze ging deels in de kost bij haar oma in Sneek, de moeder van haar moeder, maar woonde ook nog in Harlingen op de Koetille als ze stages in de buurt van Harlingen moest lopen. Ze koos, uiteraard zou ik bijna zeggen, voor de specialisatie tekenen en… natuurkunde. Geweldig vond ze dat, allerlei proefjes doen met kinderen die kirrend en vol verbazing de resultaten zagen.

Kinderen. Het is een rode draad in Jets leven. In het weekend als ze thuis was ging ze zelfs les geven op de zondagsschool. Versjes zingen, stukje uit de Bijbel voorlezen en dan lekker met de kids knutselen. Ze genoot. Alle kennis die haar werd aangeboden, zoals bijvoorbeeld didactiek, geschiedenis, ontwikkelingspsychologie en ja hoor, zelfs de door haar geliefde taal van haar pake en beppe, het Fries, nam ze tot zich. Zo rolde ze moeiteloos door de PA, maar ze was nog niet uitgestudeerd.

Ze wilde eigenlijk nog naar de kunstacademie. Haar talent riep en ze wilde handvatten aangereikt krijgen. Minerva in Groningen? Rietveld in Amsterdam? Nee, het werd de spiksplinternieuwe kunstacademie in Kampen. We spreken over het jaar 1978. Jet was samen met 79 anderen de aller- allereerste lichting. Een geweldige tijd brak aan. Acht docenten en tachtig leerlingen die samen vorm moesten geven aan de nieuwe school. Samen ontdekken hoe ze het onderwijs in gingen richten en volgen.

De kunstacademie van Kampen was overigens gehuisvest in de voormalige grote Van Heutsz kazerne waar in 1976 de sociale academie als eerste introk. Daarna volgde de kunstacademie in 1978, in 1979 de academie voor expressie door woord en gebaar en tot slot in 1981, de academie voor journalistiek. Al die studenten, tezamen met die van de Theologische Universiteit Kampen moeten een bruisend effect op de stad hebben gehad. Er waren ook disputen, waar Jet aan deelnam. En, waar hebben we dit eerder gelezen, ze werd voorzitter van één daarvan.

Qua huisvesting ging Jet op haar éénentwintigste een andere fase in haar leven in. Eerst ging ze op kamers met drie andere studenten, daarna in een tiny house. Dat werd toen nog niet zo genoemd, maar meer dan twintig vierkante meter was het niet. Geen douche, en een keukenblokje waar een muis zijn neus voor zou ophalen. Niet dat Jet die kleine ruimte erg vond trouwens. Ze woonde voor het eerst zelfstandig en hoefde niemand meer om toestemming te vragen.

Ook op de kunstacademie beleefde Jet gouden tijden. Ze omarmde de vakken. Algemeen vormende vakken als filosofie en kunstgeschiedenis, maar uiteraard ook ‘technische’ vakken als grafiek, beeldhouwen, tekenen en keramiek. Ze twijfelde tussen grafiek en keramiek, maar koos uiteindelijk voor keramiek, als definitieve richting in haar verdere leven als kunstenaar. Waarom? Jet legt het uit met haar handen. Ze kan de klei vastpakken, de materie kneden, aanraken, zelfs om het beeld heenlopen.

Jet had geluk. Doordat ze de eerste lichting was, werd haar de mogelijkheid geboden om nog een extra jaar aan de vijfjarige opleiding toe te voegen. Zo zat Jet uiteindelijk zes jaar in Kampen voordat ze weer terugkwam in Harlingen.

Het leven in Harns, ‘mien stêdstje’

Ze ging samenwonen met Peter die weliswaar negen jaar ouder was, maar prachtig kon gitaarspelen en haar hart veroverde. Zoals tijdens zijn optreden in een bandje op de RSG. Ze kende hem dus al toen ze nog op de middelbare school zat, maar pas later toen ze in Kampen studeerde kregen ze echt ‘verkering’. Zodra Jet afgestudeerd was ging ze met Peter in een klein huisje in de Kruisstraat, in de binnenstad wonen. Na een aantal jaren werd dat het huidige huis aan de Brouwersstraat, ook weer in de binnenstad. In 1983 werd hun eerste dochter geboren, gevolgd door een zoontje en later nog twee dochters. Qua samenstelling, drie meisjes en één jongetje, lijkt het dus op haar ouderlijk gezin. Haar ouders waren overigens nog steeds haar steun en toeverlaat. Ze was immers nog jong, zesentwintig, toen de eerste werd geboren. En hoewel Jet dol is op kinderen had zij natuurlijk ook behoefte om met het maken van kunst, met keramiek, bezig te zijn.

Haar ouders, die ondertussen weer in de stad woonden, kochten een keramiekoven voor haar. Jet ging één dag per week naar hen met de kleine/tjes zodat ze gelijk een oppas had. De jaren regen zich aaneen met Peter, werk en haar kinderen, die haar liefkozend de creamêm noemden. Toen de kinderen wat ouder waren, ging Jet twaalf jaar lang les geven op basisscholen in Franeker en Harlingen. Met dank aan haar ouders die de voorzienige blik hadden haar naar de PA te sturen.

Toch bleef ze daarnaast ook nog steeds haar eigen werk maken (zie ook haar mooie portfolio op deze website), hoewel de productie minder groot was doordat ze hiervoor veel minder tijd beschikbaar had. Want ook het geven van keramiekcursussen heeft ze tientallen jaren gedaan en doet ze nog steeds, met veel plezier trouwens. Ze vertelt dit in haar warme en gezellige atelier, waar we omringd zijn door werk van haar cursisten en enkele stille draaischijven die vragen om klei en bezige handen. Elke werkdag geeft Jet op enig moment van de dag, ook ’s avonds, wel een cursus of heeft ze een inloopmiddag. Ze verwijst naar haar website voor het indrukwekkende overzicht. Een bezige bij die Jet.

Zilt

Een bezige bij is ze inderdaad. Jet is in 2016 lid van Zilt en al in het jaar erop voorzitter van het bestuur geworden. In 2024 zal ze na de maximale periode van twee keer drie jaar de hamer doorgeven aan een opvolger. Ze heeft zich destijds aangemeld voor Zilt om een aantal redenen. Als eerste noemt ze de gezelligheid die Zilt biedt. Het is een club van gelijkgestemden, kunstenaars en kunstminnenden, een club waar ze zich thuis bij voelt. Ook de lezingen en exposities die Zilt verzorgt vindt ze echt verrijkend. Ze noemt het werk en het leren kennen van de werkwijze van anderen inspirerend.

Wat ze van haar voorzitterschap vond? Het eerste dat haar invalt is de coronatijd. Dat was een pittige tijd waarin de leden niet bij elkaar mochten komen, wat toch de voornaamste bestaansreden is van een sociëteit. Het scheepje Zilt dobberde een beetje zieltogend op de woelige corona-baren. Onder haar leiding – die van een doelgerichte loods, net als haar vader – is het schip daarna weer op volle vaart gaan zeilen. Opeens gaat er voorzichtig een deur open. Het is haar jongste dochter met haar zoontje, Jets kleinzoon, die snel in een rechte lijn naar Jet dribbelt. Jets gezicht straalt en liefderijk opent ze haar armen.

Jet bedankt dat je jouw reis met ons hebt willen delen

Judy Lohman

Scroll naar boven